De natuur smacht naar
regen, na al die droogte;
en wij mensen ook.
341
Faalangst is de plaag
bij de jeugd – valangst de schrik
bij de ouderen.
340
Windstil – dan opeens
een windvlaag door de bomen.
Het is hoogzomer.
339
Vroeg op in de tuin,
na een koele zomernacht.
De merel en ik.