Mijn lievelingstrui.
Nu de winterkou aanhoudt,
mag hij weer eens aan.
Mijn lievelingstrui.
Nu de winterkou aanhoudt,
mag hij weer eens aan.
De dagen lengen.
Beetjes vorst, sneeuw en zonlicht.
Wintermelange.
Aarzelend opent
nu de toverhazelaar
zijn trukendoos.
Straks staan we weer te gapen
als verbaasde kinderen.
(tanka)
Mijn boeken willen
dat ik ze lees – ik vind het
fijn dat ze er zijn.