In de bus kijken
gazelleogen mij aan.
Ik sluit de mijne.
276
De ginkgo laat haar
bladgoud vallen – een merel
steekt nog zwarter af.
275
Het is herfst: jij en
ik verkouden op de bank,
zakdoek in de hand.
274
Bomen vol spreeuwen.
Spinnen in de huiskamer.
Het eerste herfstloof.