De boer melkt een koe.
Zijn vrouw schrijft een gedichtje.
Een haikoe wellicht.
208
Stokoude man – zo
gekrompen, dat de dood hem
over het hoofd zag?
207
Het water stijgt en
stijgt – rivieren dragen het
terug naar de zee.
206
Wat zijn het er veel!
Dorbruine berenklauwen
en grijze koppies.