Bij de hasjboot in
de singel wemelt het van
de paddenstoelen.
192
Mooi dat ‘spoken word’;
maar ik mis toch de stilte
van de witregels.
191
Pianomuziek
klinkt uit een raam. Even
houd ik mijn pas in.
Er zingt ook een vogel mee.
Ik kies niet uit de twee.
(tanka)
190
Een jonge egel
scharrelt rond – heeft nog geen zin
in zijn winterslaap.