Kerkhof in de sneeuw.
Kreten van kinderen die
sneeuwballen gooien.
209
De boer melkt een koe.
Zijn vrouw schrijft een gedichtje.
Een haikoe wellicht.
208
Stokoude man – zo
gekrompen, dat de dood hem
over het hoofd zag?
207
Het water stijgt en
stijgt – rivieren dragen het
terug naar de zee.