Wat drijft daar op de
rug in de kleine vijver?
Ook kikkers sterven.
187
Langs de lange laan
vergelen de hoge linden.
Het kleurenseizoen!
186
Statig staat de stok-
roos aan de stoeprand; even
sta ik er bij stil.
185
Soms pop-uppen ze
in mijn geest; dode vrienden
vergeten mij niet.