Alsmaar hoger en
hoger reikt hij naar de bron.
Reuzenzonnenbloem.
177
Een zomerse dag.
De tuin ziet bont en blauw.
Een lust voor het oog.
176
Een blauw vogeltje
moet nu wijken voor een X.
Ik vind het maar NX.
175
Zou het vee dromen
van eeuwige maïsvelden?
We weten het niet.