De wintertijd is
ingegaan. De zomerklok
tikt nog even door.
132
In de tuin rijpen
pompoenen in elke maat.
Ik proef de soep al!
131
Boom kaalgeslagen.
Alle noten verzameld.
Tijd ze te kraken.
130
Tik…tok…een plonsje.
Een eikel valt van een boom.
Verhip: het is herfst!