De eerste kastanje,
op mijn ochtendwandeling
moeizaam opgeraapt.
120
Onverstoorbaarheid
kenmerkt de ware monarch.
Mens als instituut.
119
Er drijven wolken
in het water van het meer.
Vissen is zinloos.
118
Krijgen we na droog/
droger/droogst nat/natter/natst,
of dorst/dorster/dorstst?