Hoogzomer is het.
Toch waart er een koude wind
door onze wereld.
105
Een jaar geleden
was de beek een woeste stroom.
Nu kabbelt ze lief.
104
Wespen en mieren
houden ons weer gezelschap
als zomergasten.
103
Zelfs het bos voelt warm.
De vogels houden siësta.
Ook wij zwijgen maar.