De rozen bloeien.
Verdienen zij niet evengoed
de naam ’Ogentroost’?
93
Langs de velden staan
de hoge populieren.
Landschap in Brabant.
92
Het fluitenkruid bloeit.
De vogels bouwen nesten.
Was het maar vrede!
91
Weer is het lente;
weer leert zij ons dat schoonheid
vergankelijk is.