Er is voer genoeg.
Toch vechten ze, de vogels.
Het zijn net mensen.
51
Een jonge reiger
aan de slootkant; reikhalzend
naar de winterzon.
50
Hoe verder van zee,
hoe dieper het verlangen
ernaartoe te gaan
49
Uitbundig in bloei.
Heeft maling aan de winter.
Toverhazelaar.