Hij staat er kaal bij.
Toch groet ik hem vriendelijk.
Beuk in winterstand.
53
Even volhouden nog,
dan komt de lente weer
op tulpenvoeten.
52
Er is voer genoeg.
Toch vechten ze, de vogels.
Het zijn net mensen.
51
Een jonge reiger
aan de slootkant; reikhalzend
naar de winterzon.