Gelukkig is er weer
wat zonneschijn – vandaag
bedrink ik me niet.
28
Hemel wolkenloos.
Het regent zonnestralen.
We gaan wandelen!
27
Duif met handicap.
Hij hinkt over het perron.
Niets eetbaars bij me.
26
Een eindeloos groen gazon
strekt zich voor mij uit.
Snooker op tv.