Ik heb je gemist
zei de mist – en hij verdween
als sneeuw voor de zon.
45
Eerste sneeuwklokjes.
Hartje winter luiden ze
stil het voorjaar in.
44
Er zingt een vogel
in mineur. Misschien last van
een ochtendhumeur?
43
Een man in de cel.
Zijn gekooide kanarie
troost hem met zijn zang.