Verdord staan ze daar,
hun schoonheid ongebroken,
de gulden roeden.
13
De blonde tuinman
verdrijft de herfstromantiek
met een bladblazer.
12
Boom kaal geslagen.
Alle noten verzameld.
Tijd ze te kraken.
11
Stralend komt hij op
door dichte nevels, de zon.
Weg de najaarsblues!