Pianomuziek
klinkt uit een raam. Even
houd ik mijn pas in.
Er zingt ook een vogel mee.
Ik kies niet uit de twee.
(tanka)
Pianomuziek
klinkt uit een raam. Even
houd ik mijn pas in.
Er zingt ook een vogel mee.
Ik kies niet uit de twee.
(tanka)
Hoe verder van de kust,
hoe groter het verlangen
er naartoe te gaan.
Wie de reis naar zee aanvaardt,
keert getroost naar huis terug.
(tanka, voor Wilma en Alwin)
Soms pop-uppen ze
in mijn geest; dode vrienden
vergeten mij niet.
‘Fijn! Ontberingen!’,
denkt de vakantieganger,
‘die heb ik thuis niet.’