Het is herfst: jij en
ik verkouden op de bank,
zakdoek in de hand.
274
Bomen vol spreeuwen.
Spinnen in de huiskamer.
Het eerste herfstloof.
273
De algoritmes:
’Zelf denken hoeft niet meer, hoor.
Wij denken voor jou!’
272
Een dichter leest voor.
Hij zoekt een luisterend oor;
stilte die hem draagt.