In de natte tuin
fonkelen diamantjes
in de ochtendzon.
270
Een vosje fladdert
heen en weer tussen jou en
mij. Wie zou het zijn?
269
Veel boomwortels op
het bospad. Soms struikelend
vervolg ik mijn weg.
268
Essentakken gaan
niet gewoon dood. Ze sterven.
Opdat we rouwen?