Een zacht ritselen
loopt door het gebladerte.
Er staat dus toch wind.
265
Na bliksemflitsen
en donderslagen
volgt welkom de regendouche.

264
Een spin in zijn web.
Ambachtelijke jager,
wachtend op zijn prooi.
Zijn valstrik even onthuld
in het vroege zonnelicht.
(tanka)
263
De ochtendkoelte
na een zwoele zomernacht:
een verademing.