Who’ll stop the rain, zingt
het in mijn hoofd. Komt daarna:
Let the sun shine in?
244
De merel zingt de
ganse dag; je vraagt je af:
waar leeft hij toch van?
243
Alles loopt al uit
deze vroege lente, maar
de beuk doet niet mee.
242
De merels zingen
klaaglijk – ik denk aan het lot
van Oekraïne.