Statig staat de stok-
roos aan de stoeprand; even
sta ik er bij stil.
185
Soms pop-uppen ze
in mijn geest; dode vrienden
vergeten mij niet.
184
Dag in september.
Wat valt de avond al vroeg!
Overdag wel zon.
183
Twee kikkers, roerloos
op de rand van de vijver.
Wie zal hen kussen?