De winter voorbij,
loopt het dorre hout weer uit,
blij gespaard te zijn.
158
Tussen de graven
bloeit ze schaamteloos roze,
een Magnolia
157
De lente aarzelt.
Maar de sleedoorn bloeit gewoon,
takken wit als sneeuw.
156
De kortste maand heeft
nu wel lang genoeg geduurd.
De beurt is aan maart.