Het licht wordt bleker.
De zomer loopt ten einde.
Het is mooi geweest.
121
De eerste kastanje,
op mijn ochtendwandeling
moeizaam opgeraapt.
120
Onverstoorbaarheid
kenmerkt de ware monarch.
Mens als instituut.
119
Er drijven wolken
in het water van het meer.
Vissen is zinloos.