Er drijven wolken
in het water van het meer.
Vissen is zinloos.
118
Krijgen we na droog/
droger/droogst nat/natter/natst,
of dorst/dorster/dorstst?
117
Zie hem rechtop staan,
geenszins bereid te buigen.
Een echte stokroos.
116
Wij vallen op bomen.
Soms vallen bomen op ons.
Ook dat is natuur.