Stofjes zijn we in
het heelal – dus waarom niet
vrolijk dwarrelen?
24
Is niet het mooiste
geluid: het stille vallen
van de eerste sneeuw?
23
Sprekende ogen
boven het mondkapje.
Verscholen glimlach.
22
Aan kale twijgen
rijgen regendruppels zich
aaneen als parels.