Een boom wordt geblest.
Zijn lot is bezegeld.
De beuk gaat erin.
16
Blad na blad ontbloot
de vijgenboom haar takken.
De schaamte voorbij.
15
Wat een verspilling,
al dat goud op de aarde!
Ginkgo-bladeren.

14
Verdord staan ze daar,
hun schoonheid ongebroken,
de gulden roeden.