Zonder paraplu
wandelen in het loofbos.
Het regent eikels.
18
Die boom staat in brand.
Zijn bladeren vlammen op.
Jou zo beminnen!
17
Een boom wordt geblest.
Zijn lot is bezegeld.
De beuk gaat erin.
16
Blad na blad ontbloot
de vijgenboom haar takken.
De schaamte voorbij.