Donkere dagen.
Ze bestaan bij de gratie
van lichte dagen.
29
Gelukkig is er weer
wat zonneschijn – vandaag
bedrink ik me niet.
28
Hemel wolkenloos.
Het regent zonnestralen.
We gaan wandelen!
27
Duif met handicap.
Hij hinkt over het perron.
Niets eetbaars bij me.