De algoritmes:
’Zelf denken hoeft niet meer, hoor.
Wij denken voor jou!’
272
Een dichter leest voor.
Hij zoekt een luisterend oor;
stilte die hem draagt.
271
In de natte tuin
fonkelen diamantjes
in de ochtendzon.
270
Een vosje fladdert
heen en weer tussen jou en
mij. Wie zou het zijn?