Grote sneeuwvlokken.
De engelen zijn vandaag
weer flink in de rui.
277
In de bus kijken
gazelleogen mij aan.
Ik sluit de mijne.
276
De ginkgo laat haar
bladgoud vallen – een merel
steekt nog zwarter af.
275
Het is herfst: jij en
ik verkouden op de bank,
zakdoek in de hand.