Tegen de stroom in,
of met de stroom mee,
zwemmen we om te leven.
260
Ik hou van de zon.
Want dankzij de zon weet ik
hoe fijn schaduw is.
259
Na zijn zonnebad
duikt de kikker de vijver
in – omdat ik kijk?
258
Al wandelend, zie
ik de boomgaard telkens weer
elders opduiken.