Een spin in zijn web.
Ambachtelijke jager,
wachtend op zijn prooi.
Zijn valstrik even onthuld
in het vroege zonnelicht.
(tanka)
263
De ochtendkoelte
na een zwoele zomernacht:
een verademing.
262
Zomervakantie…
Alle buren zijn op reis.
Wij sproeien de tuin
en lezen boeken, vol met
spannende avonturen.
(tanka)
261
Tegen de stroom in,
of met de stroom mee,
zwemmen we om te leven.