Met grote vlokken
daalt de sneeuw, geluidloos
als engelenwieken.
32
Geur van een sigaar.
Heel even zie ik hem weer:
vader die geniet.
31
De dagen voor Kerst.
Tijd om kaarsjes te branden.
Met kort lontje graag!
30
Donkere dagen.
Ze bestaan bij de gratie
van lichte dagen.