Hemel wolkenloos.
Het regent zonnestralen.
We gaan wandelen!
27
Duif met handicap.
Hij hinkt over het perron.
Niets eetbaars bij me.
26
Een eindeloos groen gazon
strekt zich voor mij uit.
Snooker op tv.
25
Stofjes zijn we in
het heelal – dus waarom niet
vrolijk dwarrelen?